archivist
Uiterlijk
- ar·chi·vist
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | archivist | archivisten |
| verkleinwoord | - | - |
de archivist m
- (beroep) beheerder van een archief
- ▸ Aïssatou en ik waren gaan wandelen, ik vond haar bijzonder aangenaam gezelschap, ze studeerde informatiewetenschappen en wilde archivist worden.[3]
1. beheerder van een archief
- Het woord archivist staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ archivist op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Safae el Khannoussi“Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim
, ISBN 9789493339125
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ist in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal