document

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • do·cu·ment
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bescheid’ voor het eerst aangetroffen in 1614 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord document documenten
verkleinwoord documentje documentjes

Zelfstandig naamwoord

document o

  1. een papier met belangrijke gegevens
    • Door de brand waren de documenten verloren gegaan. 
    • Er was een vernietigende recensie over het nieuwe boek van de beroemde schrijver.  
     De Onderwijsinspectie hoeft een vernietigend rapport over het Cornelius Haga Lyceum niet in te trekken. Het gerechtshof in Den Haag wil zich in hoger beroep niet uitspreken over de rechtmatigheid van het document.[3]
  2. (informatica) een tekstbestand
    • Ik kan het .docx-document niet openen omdat ik nog een oude versie van Office heb. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "document" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. document op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink Weblink bron Tjerk Gaulthérie van Weezel en Rik Kuiper “Gerechtshof brandt vingers niet aan inspectierapport over Haga Lyceum” (24 december 2019), de Volkskrant
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  document     le document     documents     les documents  

Zelfstandig naamwoord

document m

  1. document, akte