amuse

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

amuse
Uitspraak
Woordafbreking
  • amu·se
Woordherkomst en -opbouw

uit het Frans

enkelvoud meervoud
naamwoord amuse amuses
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

amuse v

  1. (kookkunst) heel klein gerechtje voor de maaltijd
    De amuse is een klein glaasje heldere gerooktebietensoep. Na een glas champagne zegt de ober: „We willen graag beginnen. Moeten we rekening houden met allergieën?” „Nee, eh, maar krijgen we geen kaart?” vraagt mijn vrouw. De ober: „Ik ben de kaart.” De kaart voorziet in een achtgangenverrassingsmenu (35 euro) dat kan worden uitgebreid met een wijnarrangement (acht halve glazen 23,50 euro) of de bob-versie daarvan (acht kwart glazen 15 euro).[1]
Verwijzingen
  1. Frank van Dijl 8 april 2016 NRC

Meer informatie

Frans

Werkwoord

vervoeging van
amuser

amuse

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van amuser
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van amuser
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van amuser