afgrendelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·gren·de·len
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afgrendelen
grendelde af
afgegrendeld
zwak -d volledig

afgrendelen

  1. actief isoleren van de omgeving
    • Aan de andere kant wil Xi ook niet zover gaan om op Amerikaans commando Noord-Korea te laten vallen. „We hebben weinig goede opties’’, zegt Shi. De olietoevoer afsnijden, alle exporten- en importen stopzetten , kortom Noord-Korea afgrendelen, leidt tot chaotische vluchtelingenstromen en misschien wel tot oorlog, zo vrezen de Chinese leiders.[1] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Oscar Garschagen 24 februari 2017