dichtdoen

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dicht·doen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
dichtdoen
deed dicht
dichtgedaan
onregelmatig volledig

Werkwoord

dichtdoen

  1. overgankelijk sluiten
    • Heb je de deur dichtgedaan? 
     "We willen altijd toezicht hebben op wat er in de tunnel gebeurt", zei een woordvoerder in het NOS Radio 1 Journaal. "Als er niemand in de verkeerscentrale is om toezicht te houden en ook snel af te sluiten als er een ongeval gebeurt, betekent het dat we de tunnel dicht moeten doen."[1]
Antoniemen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 16 mei 2022 Weblink bron “Ketheltunnel dicht tijdens ochtendspits vanwege ziekmeldingen, inmiddels weer open” (16 mei 2022), NOS
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be