achterlijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen achterlijk
verbogen achterlijke

Bijvoeglijk naamwoord

achterlijk

  1. achterstand vertonend in de ontwikkeling (met denigrende bijklank; meest gezegd van een persoon, kan zowel lichamelijk als geestelijk zijn)
  2. (scheepvaart) van achter komend
  3. (bij uitbreiding) afkeurenswaardig, laakbaar.
    Op een smerige en achterlijke manier.
Verwante begrippen
Spreekwoorden
  • doe niet zo achterlijk
doe niet alsof je niet begrijpt wat bedoeld wordt
  • achterlijke wind
wind die van achter komt
  • achterlijker dan dwars
verder naar achteren dan dwarsscheeps
Vertalingen
Het achterlijk (3) van een zeil
enkelvoud meervoud
naamwoord achterlijk achterlijken
verkleinwoord achterlijkje achterlijkjes

Zelfstandig naamwoord

achterlijk

  1. (scheepvaart) de lijn (lijkentouw) die aan de achterkant van een zeil vastgemaakt is bij een zeilschip
Verwante begrippen