achterlijke
Uiterlijk
- Geluid: achterlijke (hulp, bestand)
- ach·ter·lij·ke
achterlijke
- verbogen vorm van de stellende trap van achterlijk
- ▸ Achterlijke dakhazen met hun idiote prijzen,’ zei hij, het kwam duidelijk recht uit het hart.[1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | achterlijke | achterlijken |
| verkleinwoord |
- iemand met een geestelijke achterstand
- ▸ De rechter opende zijn mond en toen hij sprak deed hij dit niet in het formele Arabisch, waarmee hij tot nu toe de zaal had toegesproken, maar in zijn dialect, om zo aan de achterlijke meute duidelijk te maken wat hij zojuist had gezegd. 'Hij kan helemaal geen kinderen krijgen.'[2]
- (pejoratief) iemand met een andere mening
- ▸ Het zijn een stelletje achterlijken, daar in Hilversum.[1]
- (figuurlijk) ouderwets, niet voldoend aan de huidige eisen
- ▸ Ik ben het gif dat jullie bekers zal vullen, en dat het laatste restje leven in dat achterlijke dorp van je laat sterven.[3]
- Het woord achterlijke staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- 1 2 “All-inclusive”
(2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht
, ISBN 90-229-9182-2 - ↑ Safae el Khannoussi“Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim
, ISBN 9789493339125 - ↑ Marion Pauw e.a.“4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340