achterhalen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·ha·len
Woordherkomst en -opbouw


stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
achterhalen
achterhaalde
achterhaald
zwak -d volledig

Werkwoord

achterhalen

  1. (overgankelijk) iets weten komen, op te sporen, naspeuren, ontdekken waarvan je al weet dat het bestaat
    Hij achterhaalde de fout in het programma met een debugprogramma.
Vertalingen