achterhalen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·ha·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
achterhalen
achterhaalde
achterhaald
zwak -d volledig

Werkwoord

achterhalen

  1. overgankelijk iets weten komen, op te sporen, naspeuren, ontdekken waarvan je al weet dat het bestaat
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel.
liegen keert zich tegen je, altijd! - met een leugen schiet iemand niets op omdat de waarheid altijd vroeg of laat naar buiten komt
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.