achterhalen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·ha·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
achterhalen
achterhaalde
achterhaald
zwak -d volledig

Werkwoord

achterhalen

  1. (overgankelijk) iets weten komen, op te sporen, naspeuren, ontdekken waarvan je al weet dat het bestaat
    Hij achterhaalde de fout in het programma met een debugprogramma.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel.
liegen keert zich tegen je, altijd! - met een leugen schiet iemand niets op omdat de waarheid altijd vroeg of laat naar buiten komt
Vertalingen