achterhaalde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·haal·de

Bijvoeglijk naamwoord

achterhaalde

  1. verbogen vorm van de stellende trap van achterhaald

Werkwoord

vervoeging van
achterhalen

achterhaalde

  1. enkelvoud verleden tijd van achterhalen
    • Ik achterhaalde. 
    • Jij achterhaalde. 
    • Hij, zij, het achterhaalde.