naspeuren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·speu·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
naspeuren
speurde na
nagespeurd
zwak -d volledig

Werkwoord

naspeuren

  1. overgankelijk nauwkeurig onderzoeken
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.