abdis

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ab·dis
enkelvoud meervoud
naamwoord abdis abdissen
verkleinwoord abdisje abdisjes

Zelfstandig naamwoord

abdis v

  1. (religie) bestuurster van een abdij
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie