abdis

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ab·dis
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Latijn [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord abdis abdissen
verkleinwoord abdisje abdisjes

Zelfstandig naamwoord

abdis v

  1. (religie) bestuurster van een abdij
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders
73 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl