abata
Uiterlijk
| vervoeging van |
|---|
| abatir |
abata
- aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van abatir
- aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van abatir
- gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van abatir
| vervoeging van |
|---|
| abatirse |
abata