aansprakelijkheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·spra·ke·lijk·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aansprakelijkheid aansprakelijkheden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

aansprakelijkheid v

  1. verantwoordelijkheid, vervolgbaarheid
  2. verplichting om zich te verantwoorden
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid