aansprakelijkheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·spra·ke·lijk·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aansprakelijkheid aansprakelijkheden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

aansprakelijkheid v

  1. verantwoordelijkheid, vervolgbaarheid
     Vanwege technische redenen, de aansprakelijkheid, heeft de directie van toi besloten zich ten opzichte van deze trieste zaak op de achtergrond te houden.[1]
     Toen mama me had geholpen het materiaal op te halen en het document over financiële aansprakelijkheid had ondertekend, ging ik aan de slag, vol goede verwachtingen.[2]
  2. verplichting om zich te verantwoorden
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Echte Amerikaanse jeans” (2017), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044632767