aansprakelijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·spra·ke·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen aansprakelijk aansprakelijker aansprakelijkst
verbogen aansprakelijke aansprakelijkere aansprakelijkste
partitief aansprakelijks aansprakelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

aansprakelijk

  1. verantwoordelijk, om vergoeding of betaling aangesproken kunnen worden
    • De eerste stap zet u altijd door deze persoon schriftelijk aansprakelijk te stellen voor de toegebrachte schade. 
    • Nederland stelt Rusland aansprakelijk voor neerhalen MH17 [2] 
Uitdrukkingen en gezegden
  • iemand voor iets aansprakelijk stellen.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen