aanhaken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·ha·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanhaken
haakte aan
aangehaakt
zwak -t volledig

Werkwoord

aanhaken

  1. met een haak vastmaken
Spreekwoorden
  • aanhaken bij: doorgaan op
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.