aangelegenheidje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·ge·le·gen·heid·je

Zelfstandig naamwoord

aangelegenheidje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord aangelegenheid