Naar inhoud springen

paasdag

Uit WikiWoordenboek
  • paas·dag
enkelvoud meervoud
naamwoord paasdag paasdagen
verkleinwoord paasdagje paasdagjes

depaasdagm

  1. (religie) een van de twee dagen van het paasfeest, paaszondag of paasmaandag
    • De tweede paasdag is een officiële vrije dag. 
     Op Eerste Paasdag had ik in Rome de eer om paus Franciscus te ontmoeten. Een heel bijzonder moment. En zojuist bereikte ons het verdrietige nieuws dat hij is overleden. Mijn gedachten zijn bij allen die geraakt zijn door zijn overlijden.[1]
98 %van de Nederlanders;
95 %van de Vlamingen.[2]
  1. Bronlink geraadpleegd op 21 april 2025 Weblink bron “Bedroefde reacties op dood van paus: 'Miljoenen mensen geïnspireerd'” (21 april 2025), NOS
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be