paaslam

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • paas·lam
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord paaslam paaslammeren
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

paaslam o [2]

  1. lam dat men slacht en eet met Pasen
    • Het paaslam (Hebreeuws: קרבן פסח / Korban Pesakh) is een begrip uit zowel de joodse als de christelijke traditie. Het is de benaming voor het dier wat volgens de joodse wet geofferd werd bij de viering van Pesach. Voor de christenen heeft het een diepe, symbolische betekenis op historische gronden, wat wordt gevierd tijdens het Paasfeest. [3] 
    • Zoals vaker gebeurt, valt Pasen dit jaar samen met Pesach. Dat wil zeggen, Pesach begon bij aanvang van de seideravond en duurt tot en met aanstaande maandag: Tweede Paasdag. Hoe dan ook, je kunt er gif op innemen dat er deze week heel wat lammetjes gesneuveld zijn. Ook de christelijke traditie wil immers dat dezer dagen lam wordt gegeten. Niet wegens de uittocht uit Egypte, maar, zoals Joep vorige week op deze pagina schreef, als verwijzing naar Jezus in de rol van Lam Gods. Tegelijkertijd is het paaslam een, misschien wel heidens, symbool voor nieuw leven. [4] 
    • Een flink stuk gebraad droogt veel minder snel uit dan individuele biefstukjes of koteletjes en dus is de kans op sappig roze vlees met precies de juiste garing veel groter. Helemaal wanneer je een kerntemperatuurmeter gebruikt die precies aangeeft hoe het van binnen is gesteld – ze kosten een paar euro bij slager of kookwinkel. In dit geval zorgt de yoghurt ook nog eens voor extra mals vlees, en het aluminiumfolie voor extra bescherming. Er kan, kortom, weinig misgaan met dit paaslam. [5] 
  2. voorstelling van Jezus Christus als Lam Gods

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen