Naar inhoud springen

Gerät

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: gerät

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Ge·rät
Naar frequentie 3261
enkelvoud meervoud
nominatief das Gerät die Geräte
genitief des Gerätes
des Geräts
der Geräte
datief dem Gerät den Geräten
accusatief das Gerät die Geräte

Zelfstandig naamwoord

Gerät, o

  1. (techniek): apparaat, apparatuur, gerei, toestel, tuig
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen