vervoer
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA: /vərˈvuːr/
Woordafbreking
- ver·voer
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vervoer | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
vervoer o
- overbrenging van zaken van één plaats naar de andere
- Het vervoer van containers gebeurt via schepen.
- middel waarmee overbrenging van zaken plaatsvindt
- Heb je al vervoer naar de luchthaven?
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. overbrenging van zaken van één plaats naar de andere
2. middel waarmee overbrenging van zaken plaatsvindt
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| vervoeren |
vervoer
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vervoeren
- Ik vervoer.
- gebiedende wijs van vervoeren
- Vervoer!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vervoeren
- Vervoer je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.