tractor

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trac·tor
enkelvoud meervoud
naamwoord tractor tractoren
tractors
verkleinwoord tractortje tractortjes

Zelfstandig naamwoord

tractor m

  1. (verkeer) motorvoertuig dat dient tot het voorttrekken van landbouwwerktuigen, machines enz
    Die tractor blokkeerde een tijdlang alle verkeer op de weg.
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie


Catalaans

Zelfstandig naamwoord

tractor m

  1. tractor


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
tractor tractors

Zelfstandig naamwoord

tractor

  1. tractor


Galicisch

Zelfstandig naamwoord

tractor m

  1. tractor


Portugees

Zelfstandig naamwoord

tractor m

  1. (Europees Portugees) tractor
Synoniemen
  • (Braziliaans Portugees) trator


Spaans

enkelvoud meervoud
tractor tractores

Zelfstandig naamwoord

tractor m

  1. tractor