tractor
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA: /ˈtrɑktɔr/
Woordafbreking
- trac·tor
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tractor | tractoren tractors |
| verkleinwoord | tractortje | tractortjes |
Zelfstandig naamwoord
tractor m
- (verkeer) motorvoertuig dat dient tot het voorttrekken van landbouwwerktuigen, machines enz
- Die tractor blokkeerde een tijdlang alle verkeer op de weg.
Synoniemen
Vertalingen
motorvoertuig
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Catalaans
Zelfstandig naamwoord
tractor m
Engels
Uitspraak
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| tractor | tractors |
Zelfstandig naamwoord
tractor
Galicisch
Zelfstandig naamwoord
tractor m
Portugees
Zelfstandig naamwoord
tractor m
- (Europees Portugees) tractor
Synoniemen
- (Braziliaans Portugees) trator
Spaans
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| tractor | tractores |
Zelfstandig naamwoord
tractor m
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Verkeer in het Nederlands
- Informeel in het Nederlands
- Woorden in het Catalaans
- Zelfstandig naamwoord in het Catalaans
- Woorden in het Engels
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Woorden in het Galicisch
- Zelfstandig naamwoord in het Galicisch
- Woorden in het Portugees
- Zelfstandig naamwoord in het Portugees
- Woorden in het Spaans
- Zelfstandig naamwoord in het Spaans