tram
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- tram
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tram | trams, trammen |
| verkleinwoord | trammetje | trammetjes |
Zelfstandig naamwoord
tram m
- (vervoermiddel) een railvoertuig dat meestal in steden voor personenvervoer gebruikt wordt.
- Trams rijden meestal door de straten, tussen het verkeer of op een vrije baan.
Afgeleide begrippen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een railvoertuig dat meestal in steden voor personenvervoer gebruikt wordt
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.