auto
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- au·to
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | auto | auto's |
| verkleinwoord | autootje | autootjes |
Zelfstandig naamwoord
auto m
- (vervoermiddel) een voertuig met drie of meer wielen, een motor en een carrosserie.
- Ik ga nooit met de auto naar mijn werk.
Vertalingen
1. een voertuig met drie of meer wielen, een motor en een carrosserie
|
|
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Engels
Woordherkomst en -opbouw
- Komt van het Oudgriekse αὐτός, wat zelf betekent.
Zelfstandig naamwoord
auto
Tsjechisch
Zelfstandig naamwoord
auto o