auto

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: autó

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • au·to
enkelvoud meervoud
naamwoord auto auto's
verkleinwoord autootje autootjes

Zelfstandig naamwoord

auto m

  1. (verkeer) een voertuig met drie of meer wielen, een motor en een carrosserie
    Ik ga nooit met de auto naar mijn werk.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Engels

Woordherkomst en -opbouw
  • Komt van het Oudgriekse αὐτός, wat zelf betekent.

Zelfstandig naamwoord

auto

  1. auto


Tsjechisch

Zelfstandig naamwoord

auto o

  1. auto
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen