tillen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- til·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| tillen |
tilde |
getild |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
tillen
- (overgankelijk) van de grond opheffen
- Hij tilde zijn slapende zoontje uit zijn bedje.
- (overgankelijk) iemand tekort doen, niet geven waar hij recht op heeft
- Hij doet zo aardig maar kijk uit, hij is er altijd opuit om iemand te tillen.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. van de grond opheffen
Zelfstandig naamwoord
tillen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord til