opheffen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- op·hef·fen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| opheffen |
hief op |
opgeheven |
| klasse 7 | volledig | |
Werkwoord
opheffen
- (overgankelijk) iets in opwaartse richting brengen
- Toen hij zijn naam hoorde hief hij zijn hoofd op.
- (overgankelijk) een instelling of regel ongedaan maken
- Deze treinverbinding is al enige jaren opgeheven.