heffen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hef·fen
Woordherkomst en -opbouw
  • Oorspronkelijk tot klasse 6 behorend, hier vanwege zijn verleden tijd met -ie- bij klasse 7 ingedeeld.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
heffen
hief
geheven
klasse 7 volledig

Werkwoord

heffen

  1. (overgankelijk) op opwaartse richting doen bewegen
    Zij hieven het glas om hem nog vele gezonde jaren toe te wensen.
  2. (overgankelijk) doen betalen, aanrekenen
    Daarop wordt veel belasting geheven.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

heffen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord hef


Middelnederlands

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden tijd voltooid
deelwoord
enkelvoud meervoud
heffen
heven
hief
hoef
hieven
hoeven
gheheven
ghehaven
  volledig  

Werkwoord

heffen

  1. heffen, opheffen.
    (Si) hebben haere sweerden ghehaven.
  2. (Een kint) ~: ten doop houden
    Wat poirter een kint hoeve uten vonte binnen Leyden..