heffen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- hef·fen
Woordherkomst en -opbouw
- Oorspronkelijk tot klasse 6 behorend, hier vanwege zijn verleden tijd met -ie- bij klasse 7 ingedeeld.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| heffen |
hief |
geheven |
| klasse 7 | volledig | |
Werkwoord
heffen
- (overgankelijk) op opwaartse richting doen bewegen
- Zij hieven het glas om hem nog vele gezonde jaren toe te wensen.
- (overgankelijk) doen betalen, aanrekenen
- Daarop wordt veel belasting geheven.
Synoniemen
- [1] tillen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1.
Zelfstandig naamwoord
heffen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord hef
Middelnederlands
| stamtijd | |||
|---|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd | voltooid deelwoord |
|
| enkelvoud | meervoud | ||
| heffen heven |
hief hoef |
hieven hoeven |
gheheven ghehaven |
| volledig | |||
Werkwoord
heffen