optillen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- op·til·len
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| optillen |
tilde op |
opgetild |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
optillen
- (overgankelijk) iets van de grond opheffen
- Hij probeerde zijn zoontje op te tillen, maar ervoer dat de jongen daarvoor al te groot was.
Antoniemen
Vertalingen
1. met spierkracht iets van de grond opheffen
|