afzetten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·zet·ten
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afzetten |
zette af |
afgezet |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
afzetten
- (overgankelijk), (medisch): het verwijderen van een deel van een lichaamsdeel
- Dat been moest afgezet worden.
- (overgankelijk), (economie): erin slagen producten verkocht te krijgen
- Er werd veel in Duitsland afgezet.
- (overgankelijk) iemand te veel laten betalen voor iets
- We zijn echt afgezet door de straatverkoper.
- (overgankelijk), (biologie): het leggen van eieren door vissen e.d
- Na een ingewikkeld paairitueel werden de eitjes op de waterplanten afgezet en door het mannetje bevrucht.
- (overgankelijk) iemand met een voertuig naar een plaats brengen en daar snel laten uitstappen
- Kan ik je daar op de hoek afzetten?
- (overgankelijk), (geologie): het sedimentatieproces waardoor lagen bezinksel ontstaan
- Deze laag is in het lias afgezet.
- (overgankelijk) de zoom of rand van een kledingstuk versieren
- De mouwen waren afgezet met kant.
- (overgankelijk) apparatuur uitschakelen
- Voor we weggaan wil ik nog even het koffiezetapparaat afzetten.
- (overgankelijk) uit een hoog ambt verwijderen
- De corrupte president werd afgezet.
- (overgankelijk) een weg voor alle verkeer blokkeren
- Vanwege werkzaamheden is de rechter baan van de A10 afgezet.
- (overgankelijk) iets dat op het hoofd gedragen wordt weer afnemen
- Hij heeft het masker afgezet.
- (wederkerend) zich ~: veelal met de benen kracht op iets uitoefenen om weg te kunnen bewegen
- Hij zette zich niet voldoende sterk af en daarom mislukte de sprong.
- (wederkerend) overdrachtelijk: zich ~ tegen: zijn gedrag laten bepalen door de wens zich te willen onderscheiden van iemand anders
- Hij zet zich erg af tegen zijn ouders.
Synoniemen
- [1] amputeren
Antoniemen
Typische woordcombinaties
- een hoed afzetten
Vertalingen
1. amputeren
8. uitschakelen
12. als startpunt gebruiken
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Voorvoegsel af- in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-t) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Scheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Medisch in het Nederlands
- Economie in het Nederlands
- Biologie in het Nederlands
- Geologie in het Nederlands
- Wederkerend werkwoord in het Nederlands