snijden

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • snij·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
snijden
sneed
gesneden
klasse 1 volledig

Werkwoord

snijden

  1. met een scherp voorwerp in stukken delen.
    Met de broodzaag sneed hij twee dikke plakken vers brood.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen