snijden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- snij·den
Woordherkomst en -opbouw
- (erfwoord) Via Oudnederlands *snīthan van Germaans *snīþanan.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| snijden |
sneed |
gesneden |
| klasse 1 | volledig | |
Werkwoord
snijden
- (overgankelijk) met een scherp voorwerp in stukken delen
- Met de broodzaag sneed hij twee dikke plakken vers brood.
- (overgankelijk) (bridge) de tegenstander een hoge kaart, gewoonlijk de koning, uit handen spelen
Vertalingen
1. met een scherp voorwerp in stukken delen