hijsen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- hij·sen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| hijsen |
hees |
gehesen |
| klasse 1 | volledig | |
Werkwoord
hijsen
- (overgankelijk) iets in opwaartse richting trekken, al dan niet middels een katrol
- Zij hesen de zeilen en voeren hoog aan de wind naar het westen.