telefoon
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: telefoon (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˌteːlə'foːn/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˌtelə'fon/
Woordafbreking
- te·le·foon
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | telefoon | telefoons |
| verkleinwoord | telefoontje | telefoontjes |
Zelfstandig naamwoord
telefoon m
- (telecommunicatie) (elektronica) een toestel waarmee men geluid over kan brengen door middel van galvanische stroom, telefoontoestel
- We zochten naar een goede en goedkope telefoon.
- (communicatie) telefonische oproep of telefonisch onderhoud
Synoniemen
- [1] telefoontoestel
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een toestel waarmee men geluid over kan brengen door middel van galvanische stroom
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Afrikaans
Uitspraak
- IPA: /tiləˈfuə̯n/ of /tɛləˈfuə̯n/
Zelfstandig naamwoord
telefoon