telefon

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·le·fon

Zelfstandig naamwoord

telefon g

  1. telefoon
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   telefon     telefonen     telefoner     telefonerna  
genitief   telefons     telefonens     telefoners     telefonernas  
Afgeleide begrippen
Persoonlijke instellingen