goochelaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • goo·che·laar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord goochelaar goochelaars
verkleinwoord goochelaartje goochelaartjes

Zelfstandig naamwoord

goochelaar m

  1. (beroep) iemand die een publiek verbaast met schijnbaar onmogelijke handelingen
    We hebben gisteren een fantastische goochelaar gezien.
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen