rijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rijk
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen rijk rijker rijkst
verbogen rijke rijkere rijkste

Bijvoeglijk naamwoord

rijk

  1. (persoon) veel geld en/of eigendommen hebbend
  2. overvloedig.
  3. uitgebreid, veelomvattend
Antoniemen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord rijk rijken
verkleinwoord rijkje rijkjes

Zelfstandig naamwoord

rijk o

  1. een staat of natie onder een vorst of heerser
Vertalingen
Afgeleide begrippen

Meer informatie