verrijken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·rij·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verrijken
verrijkte
verrijkt
zwak -t volledig

Werkwoord

verrijken

  1. (overgankelijk) rijker maken
    De grond werd verrijkt met mineralen.
  2. (wederkerend) zich ~ vaak op oneigenlijke of verwerpelijke wijze zorgen dat men rijk wordt
    De familieleden van het bewind verrijkten zich door winstgevende opdrachten van de machthebbers.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie