domein
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- do·mein
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | domein | domeinen |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
domein o
- gebied waarin iemand het voor het zeggen heeft (bijv. staatsdomein)
- geestelijk gebied
- (informatica) een groep computers in een netwerk met een gezamenlijk adres, bijv. een e-mailadres
- (natuurkunde) (elektrotechniek) gebied met een bepaalde dimensie (tijd, frequentie)
- domeinnaam
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.