verband
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·band
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | verband | verbanden |
| verkleinwoord | verbandje | verbandjes |
Zelfstandig naamwoord
verband o
- een strook stof om een wond e.d. mee af te dekken
- De verpleegster legde een nieuw verband aan omdat het oude helemaal vies was geworden.
- gezamelijke verandering
- Zou er een verband zijn tussen sporten en roken?
- (bouwkunde) het ten opzichte van elkaar laten verspringen van verbindingsnaden
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
2. gezamelijke verandering
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.