kennis
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ken·nis
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van kennen met het achtervoegsel -nis
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kennis | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
[A] kennis v
- wat je weet of hebt geleerd
- Hij heeft veel kennis van biologie.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- buiten kennis
bewusteloos
- bij kennis
bij bewustzijn
- kennis van zaken hebben
van iets veel weten
Vertalingen
1. wat je weet of hebt geleerd
buiten kennis
kennis van zaken hebben
|
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kennis | kennissen |
| verkleinwoord | kennisje | kennisjes |
Zelfstandig naamwoord
- iemand met wie men bekend is
- Hij is een kennis van mij.