kennis

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
  • IPA: /ˈkɛnɪs/
Woordafbreking
  • ken·nis
1 enkelvoud meervoud
naamwoord kennis -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kennis

  1. (wetenschap) v; datgene wat geweten is over een bepaald onderwerp.
    Hij heeft veel kennis van biologie.
2 enkelvoud meervoud
naamwoord kennis kennissen
verkleinwoord kennisje kennisjes
  1. m,v; iemand met wie men bekend is.
    Hij is een kennis van mij.
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • met kennis van zake
    • met veel ervaring en kennis over het onderwerp waar de persoon in kwestie mee bezig is
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen