proces
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pro·ces
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | proces | processen |
| verkleinwoord | procesje | procesjes |
Zelfstandig naamwoord
proces o
- (juridisch) een strafproces of rechtszaak
- Een proces heropenen.
- de stroom van gelijksoortige gebeurtenissen of handelingen
- Het verloop van het proces vertoont telkens weer grote gelijkenis.
- proces bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Synoniemen
- [1] geding, procedure, rechtsgeding, rechtszaak, rechtszitting
- [2] ontwikkeling, ontwikkelingsgang, procedure, verloop, verwikkeling
Hyponiemen
- [1] strafproces, burgerlijk proces
- [2] bouwproces, denkproces, leerproces, ontwerpproces, rouwproces, productieproces, schrijfproces, veranderingsproces, vergeetproces, vorderingsproces, wordingsproces
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
- [1] hoger beroep
- [2] procedé
Vertalingen
1. een strafproces
2. de stroom van gebeurtenissen of handelingen die van de ene toestand naar de andere leidt
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.