verloop

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·loop
enkelvoud meervoud
naamwoord verloop -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

verloop o

  1. het weggaan van werknemers
    Bij sommige bedrijven is het verloop erg hoog.
  2. overgang tussen twee delen
    Zonder verloop kunnen die twee slangen niet op elkaar aangesloten worden.
  3. de manier waarop een proces zich voltrekt
    Het verloop van de onderhandelingen was erg stroef.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.

Werkwoord

vervoeging van
verlopen

verloop

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verlopen
    Ik verloop.
  2. gebiedende wijs van verlopen
    Verloop!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verlopen
    Verloop je?