pet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pet
enkelvoud meervoud
naamwoord pet petten
verkleinwoord petje petjes

Zelfstandig naamwoord

pet v/m

  1. een redelijk plat hoofddeksel met een klep, in Vlaanderen 'klak' genoemd.
    Een boer heeft vaak een pet op.
Gelijkklinkende woorden
Verwante begrippen
Spreekwoorden
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord pet
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

pet v/m

  1. (afkorting), (letterwoord) de afkorting voor polyetheentereftalaat, een kunststof.
    Een fles voor mineraal water is vaak van pet gemaakt.
Gelijkklinkende woorden
Synoniemen
Verwante begrippen

Bijwoord

  1. erg slecht.
    Het weer was vandaag pet.
Synoniemen


Bretons

Uitspraak

Vragend telwoord

pet

  1. hoeveel


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
pet pets

Zelfstandig naamwoord

pet

  1. huisdier


Frans

Zelfstandig naamwoord

pet m

  1. wind, scheet.


Friulisch

Zelfstandig naamwoord

pet

  1. borst