waardeloos
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- waar·de·loos
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | waardeloos |
| verbogen | waardeloze |
Bijvoeglijk naamwoord
waardeloos
- geen waarde hebbend
- Deze oude biljetten zijn nu waardeloos geworden.
- bijzonder slecht, verwerpelijk
- Wat een waardeloze vertoning was dat, zeg!