waardeloos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • waar·de·loos
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen waardeloos
verbogen waardeloze

Bijvoeglijk naamwoord

waardeloos

  1. geen waarde hebbend
    Deze oude biljetten zijn nu waardeloos geworden.
  2. bijzonder slecht, verwerpelijk
    Wat een waardeloze vertoning was dat, zeg!
Vertalingen