wind
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wind
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | wind | winden |
| verkleinwoord | windje | windjes |
Zelfstandig naamwoord
wind m
- (meteorologie) de stroming van lucht veroorzaakt door luchtdrukverschillen
- gasvormige ontlasting uit de darmen
Spreekwoorden
- de wind van voren krijgen
- in weer en wind
- het gaat hem/haar voor de wind
Verwante begrippen
Hyponiemen
- buikwind, föhnwind, noordenwind, noordoostenwind, noordwestenwind, oostenwind, passaatwind, rukwind, schedewind, stormwind, valwind, voorwind, wervelwind, westenwind
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. stroming van lucht veroorzaakt door luchtdrukverschillen
|
|
Verwante begrippen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| winden |
wind
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van winden
- Ik wind.
- gebiedende wijs van winden
- Wind!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van winden
- Wind je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Engels
Woordafbreking
- wind
Zelfstandig naamwoord
wind
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to wind |
| he/she/it | winds |
| verleden tijd | wound |
| voltooid deelwoord |
wound |
| onvoltooid deelwoord |
winding |
| gebiedende wijs | wind |
Werkwoord
wind