wind

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wind
enkelvoud meervoud
naamwoord wind winden
verkleinwoord windje windjes

Zelfstandig naamwoord

wind m

  1. de stroming van lucht veroorzaakt door luchtdrukverschillen.
Spreekwoorden
  • de wind van voren krijgen.
  • in weer en wind.
  • het gaat hem/haar voor de wind.
Afgeleide begrippen
  1. winderig
  2. waaierig
Vertalingen
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
winden

wind

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van winden
    Ik wind.
  2. gebiedende wijs van winden
    Wind!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van winden
    Wind je?

Meer informatie


Engels

Woordafbreking
  • wind

Zelfstandig naamwoord

wind

  1. wind; de stroming van lucht veroorzaakt door luchtdrukverschillen.

Werkwoord

vervoeging
onbepaalde wijs to wind
he/she/it winds
verleden tijd wound
voltooid
deelwoord
wound
onvoltooid
deelwoord
winding
gebiedende wijs wind

to wind

  1. winden, opwinden
  2. bochtig zijn: the road winds through the landscape.
Persoonlijke instellingen