wind
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wind
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | wind | winden |
| verkleinwoord | windje | windjes |
Zelfstandig naamwoord
wind m
- (meteorologie) de stroming van lucht veroorzaakt door luchtdrukverschillen
- (biologie) gasvormige ontlasting uit de darmen
Synoniemen
- [1] luchtstroom
- [2] buikwind, scheet
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
- [1]
Verwante begrippen
- [1] anemometer, depressie, doldrums, lij, loef, lucht, luchtdruk, luchtdrukverschil, regen, tocht, trek, waaierig, weer
Spreekwoorden
- de wind van voren krijgen
- in weer en wind
- het gaat hem/haar voor de wind
Vertalingen
1. stroming van lucht veroorzaakt door luchtdrukverschillen
|
|
2. gasvormige ontlasting uit de darmen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| winden |
wind
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van winden
- Ik wind.
- gebiedende wijs van winden
- Wind!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van winden
- Wind je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Engels
Woordafbreking
- wind
Zelfstandig naamwoord
wind
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to wind |
| he/she/it | winds |
| verleden tijd | wound |
| voltooid deelwoord |
wound |
| onvoltooid deelwoord |
winding |
| gebiedende wijs | wind |
Werkwoord
wind