huisdier

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

enkelvoud meervoud
naamwoord huisdier huisdieren
verkleinwoord huisdiertje huisdiertjes

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

  1. huisdier o (dierk.): een dier dat in het huis of om het huis woont en leeft.

Lettergrepen
  • huis·dier

Vertalingen

Meer informatie

Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen