monitor

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·ni·tor
enkelvoud meervoud
naamwoord monitor monitoren/monitors
verkleinwoord monitortje monitortjes

Zelfstandig naamwoord

monitor m

  1. (informatica) een scherm waarop de informatie uit een computer zichtbaar wordt gemaakt
    De tekst van het WikiWoordenboek was op de monitor zichtbaar.
Afgeleide begrippen
Synoniemen

Werkwoord

vervoeging van
monitoren

monitor

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van monitoren
    Ik monitor.
  2. gebiedende wijs van monitoren
    Monitor!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van monitoren
    Monitor je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen