monitoren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (werkwoord): /ˈmoniˌtorə(n)/
- (zelfstandig naamwoord): /ˌmoniˈtoːrə(n)/
Woordafbreking
- mo·ni·to·ren
Woordherkomst en -opbouw
- Ontleend aan het Engelse (to) monitor.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| monitoren /ˈmoniˌtorə(n)/ |
monitorde /ˈmoniˌtɔrdə/ |
gemonitord /ɣəˈmoniˌtɔrt/ |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
mónitoren
- (overgankelijk) controle uitoefenen op een proces b.v. via een monitor controleren
- Hij was de systemen aan het monitoren
- De fabrieksverantwoordelijke kon alle productieprocessen in zijn kantoor monitoren
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Zelfstandig naamwoord
monitoren mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord monitor