beeldscherm

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • beeld·scherm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord beeldscherm beeldschermen
verkleinwoord beeldschermpje beeldschermpjes

Zelfstandig naamwoord

beeldscherm o

  1. een scherm waarop een beeld geprojecteerd wordt
    Het beeldscherm waar u nu naar kijkt wordt aangestuurd door uw computer of andere informatiedrager.
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie