middel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mid·del
| [1], [2], [3] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | middel | middelen |
| verkleinwoord | middeltje | middeltjes |
| [4] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | middel | middels |
| verkleinwoord | middeltje | middeltjes |
Zelfstandig naamwoord
middel o
- iets met behulp waarvan een doel bereikt kan worden.
- Dat is een middel, niet een doel.
- (medisch) geneesmiddel.
- Tegen die ziekte is nog geen middel gevonden.
- (financieel) geld, bezit.
- Hij heeft de middelen om er een sterke onderneming van te maken.
- (anatomie) het middendeel van het lichaam.
- Hij krijgt wat te veel vet om zijn middel.
Synoniemen
- [2] medicijn
Vertalingen
1. iets met behulp waarvan een doel bereikt kan worden
in te delen vertalingen