geneesmiddel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·nees·mid·del
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geneesmiddel (geneesmiddelen)
verkleinwoord (geneesmiddeltje) (geneesmiddeltjes)

Zelfstandig naamwoord

geneesmiddel o

  1. (medisch) een chemische stof die een bepaalde, gewenste werking op het (dierlijk of menselijk) lichaam uitoefent
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie


Afrikaans

Woordafbreking
  • ge·nees·mid·del

Zelfstandig naamwoord

geneesmiddel

  1. geneesmiddel