medio

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • me·dio

Bijwoord

medio

  1. ergens in het midden van iets, gewoonlijk een tijdvak of maand
    Vanaf medio september zal dat overal verkrijgbaar zijn.

Spaans

Uitspraak
  • IPA: /ˈme.ðjo̞/
  enkelvoud meervoud
mannelijk medio medios
vrouwelijk media medias
Woordafbreking
  • me·dio
enkelvoud meervoud
medio medios

Zelfstandig naamwoord

medio m

  1. midden, centrum, middelpunt
  2. middel, maatregel
  3. geldmiddelen (mv)
  • por falta de medios
bij gebrek aan geldmiddelen

Bijvoeglijk naamwoord

medio

  1. gemiddeld
  2. half

Werkwoord

vervoeging van
mediar

medio

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van mediar
Verwijzingen